Save Tibet! (i.t.t. de negatieve overtuiging 'Ik mag niet boos zijn')

Updated: May 17



Vroeger was ik nooit boos. En ik vond dat eigenlijk heel fijn van mezelf. Ik was geen driftkikker en viel niemand lastig met mijn negatieve gevoelens. Dat is toch sympathiek?

Ik liep rond met verheven ideeën over hoe boosheid eigenlijk nooit nodig is. In boeddhistische filosofie, of boeddhistische psychologie, vond ik bevestiging van het ideaal om zo gelijkmoedig mogelijk te zijn. Zware driftbuien vond ik net zo lelijk als jaloezie. Ik geloofde, en nog steeds geloof ik, dat schuld, spijt en schaamte, wel beschouwd eigenlijk niet nodig zijn, als je inziet dat je nooit beter kunt doen dan je best. Dan kun je jezelf namelijk dus direct vergeven voor alles en hoef je nooit schuld, spijt of schaamte te voelen.

Zo ook boosheid: als je direct begrijpt waarom de wereld is zoals die is en je er -stoïcijns- niet iets anders van verwacht dan hoe het op dat moment is, dan kun je alles accepteren wat er gebeurt. Dan heb je geen weerstand tegen de wereld zoals die is. En dus hoef je niet boos te zijn.


Het voert terug op diepere mechanismen in de wereld. Als je non-violent (geweldloos) bent zoals de Dalai Lama, dan laat je je zo uit het land waar je religieus leider bent wegpesten door de Chinezen. Dan wil je geen legers inzetten en terugvechten. Dan vlucht je, zoals de Dalai Lama heeft gedaan, naar buurland India.


Dat ik nooit boos was, betekende niet dat ik spiritueel heel ver was, maar dat ik niet wist wie ik was en vooral waar mijn grenzen lagen. Ik vond dat sowieso een moeilijk vraag. Waar moet ik grenzen vandaan halen? Ik kan mijn alcoholistische echtgenoot toch wel nog een keertje vergeven voor zijn drama's? Ik begrijp immers dat hij zo'n nare jeugd heeft gehad en dat verslaving een soort nare ziekte is.

Ieder ander zou er zo doorheen prikken en snappen dat je ergens een grens trekt, maar als je er middenin zit, weet je niet hoe een grens moet voelen.

Ik was dus niet gewenst om iets te beschermen met het wapen van de boosheid. Ik zou alles attaqueren met begrip. Zand erover. Dat is toch veel makkelijker dan de confrontatie aangaan. Al die emoties door mijn lichaam, ik zou er doodmoe van worden!

Maar alle mensen konden zo over me heenlopen als de Chinezen over Tibet. Ik was niet eens meer in mijn eigen lijf aanwezig, maar leek gevlucht. Ik was vriendelijk en leek vrolijk en sterk.

Een vriend voelde mij een keer aan de tand. Hij beweerde dat ik van me af moest bijten, boos worden, voor mezelf opkomen, et cetera. Ik weet nog dat het ontaardde in een gesprek in de kroeg waarbij ik bleef beweren dat ik (in lijn met boeddhisme) geloofde dat er in feite geen zelf bestond. Toch had ik hoofdpijn na dat gesprek. Ik kon maar niet toegeven dat hij een sterk punt had. In mijn hoofd werd hij, de vriend, hierdoor een minder goede vriend. Hij wilde me van mijn geloof afhalen, hij was agressief met zijn ideeën en hij snapte mij gewoon niet.


En natuurlijk had hij gelijk gehad. Hoe vaag de grenzen ook voelen, en terwijl begrip en inlevingsvermogen in de ander altijd mogelijk is, soms moet je jezelf beschermen voor negatieve invloeden. Een slechte relatie, kleinerende opmerkingen van narcistische mensen. Soms moet je voor je eigen belang opkomen en niet altijd de ander zijn zin geven, en belangrijker nog: 'je mag wel boos zijn'.

Boosheid heeft een belangrijke functie in het leven: je signaleert onrecht. Volgens filosofe Martha Nussbaum kun je vanuit emoties afleiden wat onze moraal is. Waar de grens ligt tussen goed en slecht, acceptabel en onacceptabel, dat merk je aan de hand van je emoties. Word je boos, dan is er een morele grens gepasseerd. Als je niet blind bent door een traumatische jeugd of een verblindende verliefdheid, is het glashelder.

Soms, als je een paar keer flink over je heen hebt laten lopen, is het nodig om de grenzen rondom je (groeiende) zelfliefde duidelijk af te bakenen, als onzichtbare muren die het fort omheinen. Later kun je dat weer loslaten en door het leven navigeren zonder woedende confrontaties. In het proces daarnaartoe, of als iemand toch over die muren naar binnen dringt, mág je de speren pakken. Je mag boos worden. Anders blijft er niks van je land over.





19 views0 comments

Recent Posts

See All