Save Tibet! (i.t.t. de negatieve overtuiging 'Ik mag niet boos zijn')



Vroeger was ik nooit boos. En ik vond dat eigenlijk heel fijn van mezelf. Ik was geen driftkikker en viel niemand lastig met mijn negatieve gevoelens. Dat is toch sympathiek?

Ik liep rond met verheven ideeën over hoe boosheid eigenlijk nooit nodig is. In Boeddhistische filosofie, wat eigenlijk psychologie is, vond ik bevestiging van het ideaal om zo gelijkmoedig mogelijk te zijn. Zware driftbuien vond ik lelijk als jaloezie. Ik geloofde, en nog steeds geloof ik, dat schuld, spijt en schaamte, wel bekeken niet nodig zijn, als je inziet dat je nooit beter kunt doen dan je best en jezelf dus direct vergeeft voor alles.

Zo ook boosheid: als je direct begrijpt waarom de wereld is zoals die is en je er -stoïcijns- niet iets anders van verwacht dan het tot op dat moment is, dan kun je accepteren wat er gebeurt. Dan heb je geen weerstand tegen de wereld zoals die is. En dus hoef je niet boos te zijn.


Het voert terug op diepere mechanismen in de wereld. Als je non-violent (geweldloos) bent zoals de Dalai Lama, dan laat je je zo uit het land waar je religieus leider bent wegpesten door de Chinezen. Dan wil je geen legers inzetten en terugvechten. Dan vlucht je, zoals de Dalai Lama heeft gedaan, naar buurland India.


Dat ik nooit boos was, betekende niet dat ik spiritueel heel ver was, maar dat ik niet wist wie ik was en vooral waar mijn grenzen lagen. Ik vond dat sowieso een moeilijk vraag. Waar moet ik grenzen vandaan halen? Ik kan mijn alcoholistische echtgenoot toch wel nog een keertje vergeven voor zijn drama's? Ik begrijp immers dat hij zo'n nare jeugd heeft gehad en dat verslaving een soort nare ziekte is.

Ieder ander zou er zo doorheen prikken en snappen dat je ergens een grens trekt, maar als je er middenin zit, weet je niet hoe een grens moet voelen.

Ik was dus niet gewenst om iets te beschermen met het wapen van de boosheid. Ik zou alles attaqueren met begrip. Zand erover. Dat is toch veel makkelijker dan de confrontatie aangaan. Al die emoties door mijn lichaam, ik zou er doodmoe van worden!

Maar alle mensen konden zo over me heenlopen als de Chinezen over Tibet. Ik was niet eens meer in mijn eigen lijf aanwezig, maar leek gevlucht. Ik was vriendelijk en leek vrolijk en sterk.

Een vriend voelde mij een keer aan de tand. Hij beweerde dat ik van me af moest bijten, boos worden, voor mezelf opkomen, et cetera. Ik weet nog dat het ontaardde in een gesprek in de kroeg waarbij ik bleef beweren dat ik met de Boeddhisten geloofde dat er geen zelf was. Toch had ik hoofdpijn na dat gesprek en was er niet goed van. Ik kon maar niet toegeven dat hij een punt had. In mijn hoofd werd hij, de vriend, hierdoor een minder goede vriend. Hij wilde me van mijn geloof afhalen, hij was agressief met zijn idee en hij snapte mij niet. Later ging hij werken voor het Ministerie van Defensie.


En natuurlijk had hij gelijk gehad. Hoe vaag de grenzen ook voelen, en terwijl begrip en inlevingsvermogen in de ander altijd mogelijk is, soms moet je jezelf beschermen voor negatieve invloeden. Een slechte relatie, kleinerende opmerkingen van narcistische mensen. Soms moet je voor je eigen belang opkomen en niet altijd de ander zijn zin geven, en belangrijker nog: 'je mag wel boos zijn'.

Boosheid heeft een belangrijke functie in het leven: je signaleert onrecht. Volgens filosofe Martha Nussbaum kun je vanuit emoties afleiden wat onze moraal is. Waar de grens ligt tussen goed en slecht, acceptabel en onacceptabel, dat merk je met je emoties. Als je niet blind bent door een traumatische jeugd of een verblindende verliefdheid dan kun je het helder zien. Soms helpt het al om van tevoren die grenzen rondom je stralende zelfliefde duidelijk te hebben afgebakend, als onzichtbare muren die het fort omheinen, en dan kun je zo door het leven navigeren zonder woedende confrontaties. Maar in het proces daarnaartoe, of als iemand toch over die muren naar binnen dringt, mag je de speren pakken. Anders blijft er niks van je land over.





13 views0 comments

Recent Posts

See All