Filosofie en non-dualisme


Vanuit spirituele kringen wordt filosofie soms geduid als 'teveel mind', 'verstandelijk'. En ja, de gedachtengangen van een filosoof zijn inderdaad zoveel mogelijk rationeel en logisch.

Maar wat veel mensen niet weten is dat filosofie pas boeiend wordt als de ratio ermee stopt, omdat de logica spaak loopt. In het westen hebben we geleerd dat dingen in wereld zwart-wit moeten zijn. Dingen zijn of ja of nee. Prachtig is het als in een dialoog naar voren komt dat het allebei is, ja en nee. Filosofische vragen en gesprekken zijn erop gericht, niet om compromissen te maken, maar om de discussie te overstijgen.


Opgevoed als atheïst was voor mij de wereld lange tijd klaar als een klontje. De wetenschap wist bijna alles, raadselen waren er om op te lossen, het was een kwestie van tijd. God was dood, de ziel waren een romantisch idee van mensen die hopen na de dood nog door te leven. Godsdiensten waren voor domme mensen die zich lieten bedotten met sprookjes. Non-dualisme? Mystiek? Als ik deze woorden ooit was tegengekomen, zette ik ze zeker weg als vage dingen voor zwevers.


Ik had toen nog nooit van filosofie gehoord. Het interessegebied dat zich precies daar beweegt waar nog vraagtekens bestaan. Tevens het gebied waar überhaupt alles bevraagt wat waar lijkt te zijn. Op mijn 17e tijdens een werkweek liet onze wiskundeleraar ons een pagina lezen over solipsisme, het idee dat je alleen zelf bestaat en de rest een illusie is. Ik leefde helemaal op! Niet omdat ik het direct eens was met het solipsisme, maar omdat ik de urgentie voelde om te bewijzen dat het niet waar kon zijn. Maar hoe moest ik dat bewijzen?

Terwijl mijn denkraderen aansprongen, zaten mijn medeleerlingen er totaal verveeld bij. Dit deed mij besluiten om filosofie te gaan studeren. Ik werd wakker van dit soort vraagstukken, er ging een wereld voor me open.


Dualisme overstijgen

Bij het beoefenen van filosofie, het nadenken over filosofische vraagstukken, is het niet nodig dat je een 'juist' eindantwoord ontdekt. Dat is nu juist de hele crux. Die antwoorden lijken onmogelijk. Wat er dan wel gebeurt tijdens het nadenken over die vragen is veel belangrijker.

Tijdens het nadenken neem je eerst een perspectief aan en vervolgens het tegenovergestelde perspectief, gewoon omdat het óók kan. Om te kijken wat je ervan vindt. Filosoof Hegel noemde dit een these en daarna een anti-these.


Bijvoorbeeld: de tijd bestaat. Versus: de tijd bestaat niet. Dit is waar een debat uit bestaat: twee tegengestelde visies. En dan gebeurt er iets bijzonders: er komt een verdieping in de vraag. Wat is tijd? Wat betekent het woord eigenlijk waar je het over hebt? (Ook in te vullen met alle andere concepten in ons denken, bijvoorbeeld: Wat is vriendschap? Wat is een ego? Wat is respect? Wat is goed? Wat is liefde? Wat is weten? Wat is zijn? Wat is waarheid? Wat is noodzakelijk? Wat is toeval? Wat is God? Wat is ik? )


Volgens filosoof Hegel ben je dan de twee tegengestelden aan het overstijgen door een syn-these. Hij signaleert grote bewegingen van these-antithese-synthese dynamiek in de (ideeën)geschiedenis, maar in principe is in ieder filosofisch gesprek ditzelfde aan de hand. Je beweegt je al denkend door deze mogelijke standpunten heen, maar vooral ontstijg je de dichotomie, de tweedeling, het dualisme, vervolgens door jezelf erboven te plaatsen: waar hebben we het eigenlijk over? Je laat je eigen aanvankelijke visie los, je ziet in dat er meerdere visies bestaan en gaat er als het ware boven hangen.


Verwondering

Op dat moment vindt er in mijn beleving de meeste verwondering plaats. Verwondering is het gevoel dat het vanzelfsprekende niet meer vanzelf spreekt en dus 'wonderlijk' aanvoelt.

Je kunt verwondering de hele dag door voelen mits je zo ingesteld bent, maar met name als je filosofisch aan het inzoomen of uitzoomen bent. De stap van de ontstijging neemt je mee naar een plan hoger. Eentje waarin je kunt zien dat de taal een construct is, de cultuur en je denkkaders ook. Tegelijk kun je voelen dat ze zinvolle, betekenisvolle kaders zijn. Het woord 'tijd' of 'vriendschap' verwijst wel degelijk ergens naar. Ook het dualisme van de tegenstelling dat taal/cultuur een manier is om de werkelijkheid teveel te fixeren en juist het prachtige nut van taal/cultuur, kun je dus synthetiseren.

Een synthese is de twee gezichtspunten te verenigen en allebei tegelijk in te zien. Ze kunnen naast elkaar bestaan, bij de gratie van elkaar. Het bekende Chinese yin-yang teken verbeeldt dit: zo'n wederzijds afhankelijke synthese van tegenstellingen. Er zit een beetje wit in het zwart en een beetje zwart in het wit. Je kunt niet zeggen dat het grijs is! En de twee tegenpolen behelzen allebei iets van elkaar.


Het is niet: van of/of naar en/en gaan.

Het is eerder: van of/of, via en/en, naar een hoger plan gaan: van inzicht.


Filosofische vragen als zen-koan


In een bepaalde vorm van de boeddhistische Zen traditie, geven meesters aan hun leerlingen een koan. Dit is een soort onoplosbaar vraagstuk. De leerling neemt het mee naar huis en gaat er dagenlang, soms jarenlang op mediteren. Als hij het denkt te hebben opgelost gaat hij terug naar de meester en die meester ziet of de leerling het raadsel met slimmigheden een rationeel antwoord probeert te geven. Is dat zo, dan wordt hij naar huis gestuurd. De bedoeling van de koan is om de ratio open te breken, totdat de leerling kan laten zien dat hij vanuit een dieper inzicht de kwestie heeft doorgrond, losgelaten, overstegen. Er zijn geen pasklare antwoorden op een koan en ook niet in de filosofie. Zo kan iedere filosofische vraag in feite dienen als een koan, om de ratio open te breken, om het dualisme te ontstijgen.

Filosofie en non-dualisme

Door te filosoferen kom je ook hier terecht: op dit gezichtspunt van het dualisme-overstijgende. Ook de westerse geschiedenis van de filosofie wordt dit overstijgende gezichtspunt hoog geacht. Door te filosoferen nemen we een stapje hoger op een ladder van abstracties, alsof we steeds meer overzien.

Filosoof Spinoza had het over het punt van sub specie aeternitatis, in het licht, in het gezichtspunt van de eeuwigheid, waar de eeuwige waarheden zich zouden bevinden. En ook in de grotallegorie van (mysticus) Plato zouden mensen zich al filosoferend los kunnen maken van hun ketenen (al dan niet met wat hulp), om uiteindelijk buiten de grot in het verblindende licht van de waarheid te kijken.

Ook de bekende maar vage Ideeënwereld van Plato lijkt een soort visualisatie van een abstracte 'wereld' waar concepten niet materieel of specifiek zijn, maar een soort absolute ware essenties van deze zaken, waarnaar wij mensen verwijzen met de woorden die we spreken, maar altijd vanuit onze plaats- tijd -cultuur en persoonsgebonden perspectieven. Ook hier spreekt een soort hiërarchie uit: het is beter, meer Waar, om je eigen persoonlijke ongereflecteerde en dualistische perspectieven te kunnen loslaten.

Iedere filosofische vraag brengt je hier. In de wereld van het ongewisse, het dualisme ontstijgende non-dualisme. Wat mij betreft is het ontstijgen van de dichotomie een glimp van wat je zou kunnen waarnemen en denken als je je buiten de grot van Plato zou bevinden. Buiten die ketenen van onze eigen denkkaders die ons beletten om de waarheid te zien.


Toen ik merkte dat het voeren van filosofische gesprekken bij mij verwondering losmaakte, begreep ik steeds meer wat al die oude filosofen bedoelden. De mensen met bijzondere ideeën schreven vanuit inzichten die hun oude perspectieven al hadden ontstegen, ze hadden verwondering gevoeld en zijn gaan denken op een hoger plan. Als lezer voel je dat je kunt worden meegenomen op dat nieuwe plan en ik vermoed dat we ze juist daarom zo briljant vinden.

En tegelijk zie ik steeds meer in wat filosoof Socrates bedoelde met: 'Ik weet alleen zeker dat ik niets zeker weet.'


Concrete mysteries

Bovendien: we leven ook nog in een onbegrijpelijk, wonderlijk universum. Hoezeer je ook alle discussies voert en vraagstukken uitpluist, er blijft een aantal mysteries achter die ook geweldig als koan dienen.

In mijn ogen zijn het de vragen:

- is het universum oneindig (in tijd & ruimte) of was er een begin en zo ja, wat was daarvoor en hoe kan uit Niets iets zijn ontstaan? Zo nee, hoe kan oneindigheid bestaan?

- hoe kan een subjectieve beleving ontstaan uit materie (brein)?

Ook in de natuurkunde bestaan enorm grote vragen, die de meest intelligente beta's onoplosbaar achten. Wellicht wordt ons menselijk begripsvermogen

beperkt door de materialistische kaders gevuld met rigide concepten (tijd, materie, ruimte, bewustzijn) en zitten we daardoor met een paar onoplosbare vraagstukken. Ook dit levert mij behoorlijk wat verwondering op. In zekere zin is het mediteren op dit soort vragen (wat is bewustzijn, wat is ruimte, tijd, materie?) een directe route richting buiten die grot. En wellicht kunnen andere vragen of onderwerpen ook een trigger zijn om direct uit te zoomen en in een totale verwondering te belanden.


Mystiek

Het ontstijgen van oude ideeën is steeds weer een mystiek moment, of het nu groot is of klein. Het is een fractie van een seconde waarin je je vastgeroeste menselijke kaders loslaat en vanuit een eeuwig standpunt kijkt. Zodra een ervaring voldoende impact maakt, zodat de gebeurtenis memorabel is, kun je het bewust duiden als een mystieke ervaring. Een 'eenwording' is dan weer een stapje verder, als je zodanig het specifieke zelf loslaat dat het onderscheid tussen jezelf en Alles/God/Bewustzijn is verdwenen.


Volgens mystica Simone Weil waren Socrates en Plato en mensen van diezelfde school allemaal bezig met mystiek, wat inhoudt: het hartstochtelijk streven naar een persoonlijke vereniging van de ziel met God.

De mystieke eenwording kan gebeuren als je jezelf overstijgt, zoveel is duidelijk. Wat jezelf is, is natuurlijk de verdiepende filosofische vraag. 'Jezelf overstijgen' kan bijvoorbeeld betekenen dat je je gedachtenpatronen van dat moment loslaat. En tegelijkertijd blijf je jezelf, dezelfde persoon, je lichaam, ook al is dat voortdurend in ontwikkeling. Voor een eenwording verwacht je dat er dan daadwerkelijk een verbinding met dat andere is: dat wat je afgescheiden zelf dus overstijgt.

Mystieke ervaringen worden volop in literatuur beschreven. De mensen met een mono-theïstische godsdienstige achtergrond geven er woorden aan die bij hun religie passen, maar we kennen ook oosterse filosofie, natuurreligies en sufisme. Het zijn allemaal tradities waarin gemeend werd dat die de verlichting, eenwording met God of zelfoverstijging het hoogst haalbare is.

Je kunt datgene wat je ervaart dus God of Allah noemen, of alles, bewustzijn, de Waarheid of nog iets anders, het maakt mij niet uit.


Door in te zoomen op juist ieder concept en daarmee te voelen dat je niets in de wereld in definities kunt vastpinnen, net zo min als een quantum, besef je steeds weer hoe de wereld niet in taal te vangen is en sterker nog: dat wij geworpen zijn in een wereld met een soort net van gedachten, woorden, overtuigingen en meningen die ons van die wereld scheiden.

Juist het ontstijgen van al die conceptuele dichotomieën, steeds weer, in gesprekken met volwassenen en ook met kinderen in de klas, hebben mij gebracht op het spoor van die mystieke waarheid, die zo ongrijpbaar lijkt als je vastzit in dualistisch denken.

Mijn punt is dat filosofische gedachtengangen helpen om uit de grot te komen. En voor mij persoonlijk is mystiek of non-dualisme nu niet meer zo zweverig is als het voor mij ooit heeft geklonken.

39 views1 comment

Recent Posts

See All